Home > Alferink > REGENBOOGVLAGGEN EN BLACK LIVES MATTER
Alferinkopinie

REGENBOOGVLAGGEN EN BLACK LIVES MATTER

De regenboogvlaggen hingen er al een tijdje, als protest tegen het homogeweld waar een jong stel slachtoffer van werd, bij mij om de hoek. Zij verdienden de steun meer dan ik, want ik ben nog nooit mishandeld vanwege het feit dat ik mijn leven deel met een vrouw. Maar toch deed het ook mij goed. Het heeft impact, als zoiets gebeurt. De jongens die werden belaagd en aangevallen, de man die iets verderop werd gestoken met een mes. Het gaf en geeft me een unheimlich gevoel en als ik eerlijk ben heb ik me een paar dagen echt onveilig gevoeld. Niet vanuit de gedachte dat mij ieder moment hetzelfde kan overkomen. Maar wel vanuit het onprettige gevoel dát het kennelijk gebeurt, nog steeds, dat je belaagd kan worden en zelfs soms ernstig mishandeld omdat je hand in hand loopt met je geliefde. Omdat je bent zoals ik.

Ik vind dat nog steeds een bizarre gedachte. Net zoals ik ervan schrok toen ik me realiseerde dat mijn vriendin en ik zelden nog hand in hand lopen op straat. Al helemaal niet als we met ons kind op pad zijn. Te ongemakkelijk. En soms toch echt uit angst: om te voorkomen dat er iets gebeurt waarvan je niet wilt dat het gebeurt. Die jongens die zijn aangevallen hadden en hebben de moed om dat wel te doen. Ik vind principieel dat ik hun voorbeeld moet volgen, maar omwille van de lieve vrede doe ik dat zelden. Ik schrok van het besef hoe normaal ik mijn eigen afweging was gaan vinden. Ik dacht er eigenlijk nauwelijks over na. Niet op een bewust niveau althans.

Dat het me onbewust wel degelijk raakt, besefte ik toen ik de regenboogvlaggen zag hangen, in die straat bij mij om de hoek. Het was er niet één; het waren er in de hele straat wel twintig. En ook in mijn eigen straat zag ik er steeds meer: vastgeknoopt aan de spijlen van een balkon, binnen achter het raam of daarbuiten. Bij mij riep het een gevoel van blijdschap op; ik voelde me verbonden, gesterkt, en ook echt: veiliger. ‘Als de samenleving laat zien geweld tegen homo’s (en andere lhbtiq’s) net zozeer te veroordelen als wijzelf, dan kunnen die paar gekken de collectieve tolerantie echt niet ontwrichten’, dacht ik. Die gedachte gaf me oprecht een goed gevoel. Ik vroeg me af of mijn buurtgenoten die die vlaggen buiten hadden gehangen, zich realiseerden wat hun kleine gebaar betekende. Voor mij, en waarschijnlijk nog veel meer voor het jonge stel en al die anderen die zijn aangevallen, hier om de hoek en verder weg.

Afgelopen maandag was de Dam het decor van een inmiddels berucht anti-racisme protest. Er is veel over gezegd en geschreven: over de poppetjes vooral, een burgemeester die al dan niet mag blijven, de soap rond haar WhatsApp-gesprek met de minister. Afleiding, wat mij betreft; verantwoording moet worden afgelegd in de Stopera maar niet het onderwerp zijn van de gesprekken op straat. De schuldvraag biedt geen oplossing. De schuldvraag verandert niets.

Sinds ik via een liefde voor jazz meer begon te lezen en te weten over de omvang en de impact van racisme op de zwarte gemeenschap, blijf ik schrikken van de verhalen. Via een mailing van schrijver Anousha Nzume vanuit New York las ik dat zestig procent van alle Coronadoden zwart is, terwijl die groep maar 13,4 van de totale populatie vormt. Ik begreep dat de reden daarvoor is dat Afro-Amerikanen minder toegang hebben tot het zorgsysteem omdat ze bijvoorbeeld geen verzekering hebben, maar ook dat ze vaker dicht op elkaar wonen, vaker een essentiële beroep hebben waarvoor je op pad moet. Veilig thuiswerken zit er dan niet in.

Via een snelle search op Google kwam ik uit bij een artikel in Trouw, waaruit blijkt dat ook in Nederland ‘etnische minderheden’ vaker aan Corona overlijden dan wij, hun autochtone landgenoten. ‘De oversterfte is bij migranten van de eerste en tweede generatie veel hoger dan bij autochtone Nederlanders.’ Over de oorzaken is nog minder bekend dan in de VS, maar ik vroeg me af hoe het kon, dat zo’n bericht niet de opening van het NOS-journaal is geweest. De NOS kopte in plaats daarvan in een artikel op haar website ‘Coronavirus treft minderheden Nederland minder dan in andere landen.’ Zo kun je het ook zien, maar is het belangrijkste nieuws niet juist dat in Nederland de oversterfte onder niet-Westerse bevolkingsgroepen negen procent hoger ligt?

Ik las ook het verhaal van een demonstrant die vertelde hoe vrienden van haar ‘op dagelijkse basis zichzelf kleiner maken dan dat ze zijn. Wanneer zij ‘s avonds over straat lopen, zijn ze zich er van bewust dat anderen racistisch gemotiveerde ‘angst’ voor hen hebben. Waardoor ze afstand tot anderen proberen te bewaren en ontwapenend glimlachen.’ Van dat verhaal werd ik verdrietig. Het lijkt een kleinigheid en het lijkt minder ernstig dan worden belaagd door de politie omdat je een bandana als mondkapje draagt en wordt aangezien voor overvaller, zoals in Amerika op dit moment gebeurt. Maar juist die subtiele, ‘kleine’ aanpassingen die je doet en waarvan je je misschien niet eens altijd bewust bent: die halen je eigenwaarde naar beneden. Die geven je het gevoel of misschien wel het idee dat je moet oppassen en/of dat je minder waard bent. Op zijn minst kun je je onbegrepen voelen en niet aangezien voor wie je bent.

In zeker opzicht kan ik daarin, denk ik, meevoelen. Op de momenten waarop ik bewust, omwille van de lieve vrede en soms simpelweg uit angst niet zichtbaar maak dat mijn vriendin en ik een setje zijn. Of wanneer ik bij de zoveelste coming out (dat houdt nooit op) reacties krijg als ‘sexy hoor’ of ‘dat is voor mij geen probleem’ – alsof je de goedkeuring van de ander nodig hebt. Dat soort momenten maakt je inderdaad klein. Je voelt je anders en be- en veroordeeld om (een deel) van wie je bent.

Maar de ervaringen van de demonstranten zijn niet de mijne en onze geschiedenissen zijn niet dezelfde. Ik wil hun verhalen niet de mijne maken of aan de haal gaan met hun noodkreten. Het is hun strijd. Maar ik wil wel luisteren, horen wat er gebeurt, wat er nodig is en of ik iets kan doen. En verbinding zoeken waar we wél ervaringen delen. Ik denk dat we van elkaar kunnen leren, omdat we gewend zijn om veel te moeten uitleggen en daarom, hopelijk, ook goed kunnen luisteren. Als ik terugdenk aan hoe een simpel gebaar als het ophangen van een regenboogvlag míj als lesbische vrouw steunde na het homogeweld bij mij om de hoek, dan wil ik ook zeggen: ik heb jullie woorden gehoord. It matters.

Toen ik vanmorgen door de Eerste Atjehstraat wandelde, zag ik dat schuin tegenover het pand waar de meeste regenboogvlaggen hingen, nu ook een doek aan de balkonrand bevestigd was. Er stond op: Black Lives Matter. In de Stopera gaat het over de poppetjes, tot aan Den Haag aan toe. Het gaat over de schuldvraag, maar de schuldvraag biedt geen perspectief. Het gesprek op straat doet dat wel.